Waarom: De marktpositie moet worden verbeterd

De positie van pluimveehouders in de voedselketen is zwak. De prijsvorming ligt aan het einde van de keten – bij supermarkten en industrie – terwijl de pluimveehouder steeds meer is gereduceerd tot prijsnemer en grondstoffenleverancier.

Ondertussen stijgen de kosten jaarlijks, maar wordt het aandeel van de consumentenprijs dat op het boerenerf terechtkomt steeds kleiner. Schaalvergroting en efficiënt produceren hebben hun grens bereikt. De rek is eruit.

Een paar procent hogere consumentenprijs kan een wereld van verschil maken – mits de marges eerlijker worden verdeeld. Want: wie kan delen, kan vermenigvuldigen.

lineair_keten

Aandeel van consumentenprijs voor producent alsmaar kleiner

De maatschappij stelt steeds hogere eisen aan de pluimveehouderij. De sector wil daar graag aan voldoen, maar loopt tegen beperkingen aan van de dominante lineaire ketenstructuur met de pluimveehouder als prijsnemer.

De afgelopen 50 jaar zijn de nominale prijzen voor pluimveevlees en eieren amper gewijzigd, waardoor de reële prijzen gecorrigeerd voor inflatie gedaald zijn.

Het aandeel van de consumentenprijs dat op het boerenerf terecht komt wordt alsmaar kleiner, dat geldt voor praktisch alle landbouwsectoren, ook voor de pluimveesector. TopAgrar bracht dat in 2022 in beeld voor de Duitse landbouw. Deze uitkomsten zijn 1-op-1 te vertalen naar andere landen.

TopAgrar

Het knelt in de keten

In het verleden werden extra kosten voor innovatie en verduurzaming van de pluimveehouderij opgevangen door schaalvergroting en efficiëntieslagen (verhogen productiviteit). Hier is echter de rek uit, waardoor het alsmaar meer knelt in de keten.

Dit knellen uit zich het eerst bij de schakel met de minste zeggenschap, de primaire producent die - op grotere afstand van klant en consument - steeds meer is gaan fungeren als prijsnemer en grondstoffenleverancier. In de huidige situatie is er voor het overgrote deel van de pluimveehouders onvoldoende ruimte om te investeren in verdere verduurzaming. De verduurzaming van de pluimveehouderij gaat veelal gepaard met substantiële investeringen en omschakelkosten. Uitgaven die gedurende een periode van 15-20 jaar terugverdiend moeten worden.

Hoog tijd voor ketenkracht

Waar in de ‘normale wereld’ extra eisen, stijgende kosten en een hoger risico samengaan met een hogere verkoopprijs, is dit voor de pluimveehouderij allerminst vanzelfsprekend. Meestal zien we dat een toeslag snel terugloopt. Extra kosten worden na verloop van tijd steeds minder gedekt vanuit de verkoopprijs. Dit verzwakt uiteindelijk de hele keten, vermindert de ruimte voor innovatie en zet een rem op innovatie en verduurzaming. Hoog tijd voor verandering, met de UPP - meer ketenkracht -

Samen sterk voor ketenkracht en een

duurzaam verdienmodel